Jeroen Allart

Toelichting

De magie van de witte kat

Op een dag wandelde er een witte kat het atelier van Jeroen Allart binnen. Een zwerver, dacht de kunstenaar. Maar het bleek een keurig verzorgde poes te zijn met een rood bandje om haar hals. Een geboren model bovendien, want ze begon meteen met poseren. Pootjes op de stoel. Een kopje tegen de deur. Nieuwsgierig naar buiten glurend door het raam. Zij vond het prima dat Allart haar fotografeerde. Een nieuwe reeks schilderijen was geboren.

Verrassend genoeg is die serie – interieurs, met niet zelden een kat – in olieverf uitgevoerd. En dat terwijl Jeroen Allart juist sinds de jaren negentig naam heeft gemaakt met schilderijen van vogels, (cowboy)portretten en typisch Zweedse en Hollandse boerderijlandschappen met hoge, monochrome blauwe luchten erboven, die allemaal loeistrak geschilderd werden met acrylverf.

  • In de loop der jaren had hij zich een ingewikkelde schildertechniek eigen gemaakt, maar in 2015 begon hij daarin vast te lopen. Erger nog, het schilderen in acrylverf begon hem tegen te staan. Zijn kenmerkende matte en strakke techniek, waarin bij voorkeur geen kwaststreek zichtbaar is, was immers uiterst stressvol. De rust en concentratie die uit zijn voorstellingen spreekt, stond haaks op de hoge druk die hij dagelijks in zijn atelier ervoer. Schilderen was voor hem een continue race tegen de klok geworden.

    Met acryl heb je weinig tijd. De verf droogt snel. Dat kan handig zijn, maar niet als je, zoals Allart, superstrakke overgangen tussen de verschillende kleuren wil maken. Elke correctie is dan zichtbaar. Bovendien merkte hij dat zijn techniek hem ook beperkte in zijn onderwerpskeuze. Nieuwe ideeën waren er wel. Maar ze uitgevoerd krijgen in de hem bekende acryltechniek, bleek vaak veel moeilijker dan gedacht. “Ik had het mezelf nodeloos ingewikkeld gemaakt.”

    Impasse

    Zoals schrijvers eenwritersblockkunnen hebben, worstelde Allart met iets dat je gerust eenpaintersblockzou kunnen noemen. Om uit de impasse te geraken zocht hij een van de aardigste docenten die hij had gehad tijdens zijn opleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam: Emo Verkerk. Op de bonnefooi ging hij langs bij deze sympathieke nestor van de hedendaagse Nederlandse schilderkunst.

    Allart werd gastvrij ontvangen. En er volgde een lang en goed gesprek over schilderkunst in het algemeen en die van Jeroen in het bijzonder. Hoewel de Rotterdamse kunstenaar naar eigen zeggen ‘knetter-eigenwijs’ is en op de academie als het om schilderen ging naar niemand luisterde, liet hij zich deze keer toch door zijn oud-docent uitdagen en overhalen om van acryl naar olieverf over te stappen.

    Zo eenvoudig als dit nu klinkt, was het echter niet. “Ik moest min of meer opnieuw leren schilderen”, geeft Allart toe. “Want olieverf doet niet meteen wat je wilt. De technische aspecten van deze verf beheerste ik niet. Mijn eerste olieverfschilderijen ontstonden dan ook moeizaam. Maar er was vooral een groot voordeel: Ik kreeg opnieuw plezier in het schilderen. Eindelijk was ik weer ontspannen, want met de veel trager drogende olieverf heb ik nu alle tijd.”

    Stijlkamers

    Zoals gezegd, was de witte kat die zich zo gewillig liet fotograferen een uiterst geschikt eerste onderwerp om mee te experimenteren in olieverf. Tot zijn eigen grote verrassing ontstond zo ook een geheel nieuw thema: interieurs. De tijd dat hij gretig weidse uitzichten op het platteland schilderde, lijken voorbij. Recent kijkt de kunstenaar liever naar binnen. Stijlkamers in oude herenhuizen, boerderijen, musea of kastelen zijn zijn jongste passie. Hij reist kriskras door heel Nederland om ze te fotograferen.

    Allart is gefascineerd door die zo fraai bewaard gebleven interieurs uit met name de 19deof vroege 20steeeuw, waarin de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Meubels en gordijnstoffen die de sfeer van vroeger ademen, hij schildert ze, net als zijn vroegere landschappen, zonder actie, zonder mensen erin. Hooguit duikt er af en toe een kat op, die als het alter ego van de kunstenaar nieuwsgierig om zich heen kijkt: ‘Waar ben ik nu weer in verzeild geraakt?’

    De interieurs van zijn hand hebben vaak iets mysterieus, alsof ze een geheim bewaren. Ze zouden zomaar eencrime scenekunnen zijn of een perfect decor voor een verhaal van Agatha Christie. Een belangrijke bron van inspiratie voor zijn verstilde stijlkamers is het werk van de van origine Zwitserse post-impressionisten Marius Borgeaud en Félix Vallotton. Catalogi waarin hun sfeervolle, poëtische doeken zijn afgebeeld, liggen regelmatig opengeslagen op zijn atelier.

    Het experiment met olieverf heeft bij Allart werkelijk een doorbraak gecreëerd. “Ik leg mezelf minder ‘regels’ op dan voorheen. Daarom kan ik onbevangener beginnen aan een nieuw doek of thema”, zegt de kunstenaar. Tot zijn eigen verrassing is door de olieverf ook zijn toets veel losser geworden. “Ik schilder nu in alle opzichten levendiger, luchtiger en vrijer. Impressionistisch zou je kunnen zeggen, maar dan natuurlijk wel op mijn manier.”

    Wolken

    Inmiddels vervaardigt hij ook weer landschappen. “Ja, daar raak ik nooit op uitgekeken. Wat de koffiekan is voor Klaas Gubbels, is het landschap voor mij”, zegt Allart lachend. Ook die zijn echter beduidend ruimtelijker en minder streng geworden dan voorheen. “Bij de vergezichten ontstaan er zelfs stapelwolken”, constateert de kunstenaar tevreden. “Uit onkunde liet ik die op mijn acrylverfdoeken altijd achterwege, terwijl wolken zo ontzettend mooi kunnen zijn.”

    David Hockney, de Britse schilder die Jeroen Allart al jaren als een leermeester op afstand beschouwt, zei het al: “Everybody loves a Monet.” Dat geldt ook voor Allart die de Franse impressionist heeft herontdekt. “Onder hedendaagse kunstenaars heerst er vaak een taboe op het werk van Monet. Het wordt als zoet en te makkelijk afgedaan, terwijl het echt een waanzinnige schilder is als je je goed in zijn oeuvre verdiept.”

    Aangespoord door het zien van Monet heeft Allart recent een groot doek van een tuin geschilderd. Opmerkelijk ruig van toets voor zijn doen. Ook zijn jongste werk ‘Dore in het park’ getuigt van de wens om losser te schilderen en meer beweging aan de voorstelling te geven. “Ik zit nog middenin de veranderingen”, knikt hij opgewekt.

    Een overgangsperiode die werd ingeleid door een witte kat. Natuurlijk is het bijgeloof, maar sommige mensen beweren dat witte katten blijdschap brengen en zorgen wegnemen van hen die (met zichzelf) in de knoop zitten. Hoe dan ook wees die ene witte poes in Rotterdam Jeroen Allart een nieuwe weg. Toch een klein magisch moment. De kunstenaar heeft het beestje nadien nooit meer gezien.

    Paola van de Velde

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.